De Vastenavend is niet van het gemeentehuis. Hij is van de stad en van de dorpen. Van generaties vrijwilligers die met lassen, lijmen en liefde bouwen aan wat officieel erkend is als immaterieel erfgoed. Maar in plaats van waardering krijgen de bouwclubs nu een beleidskader van twaalf punten om aan te voldoen. Alsof cultuur pas bestaansrecht heeft als het beleidsmatig verantwoord is.
Denk aan voorwaarden als “maatschappelijke meerwaarde”, “artistieke kwaliteit”, “duurzaamheid” en “diversiteit”. Op papier klinkt het prachtig. Maar in de praktijk blijkt: niemand kan uitleggen hoe die criteria objectief worden gemeten. Tijdens de commissie werd letterlijk gezegd dat “ambtelijk gekeken wordt naar de artistieke waarde”. Wat betekent dat? Is er een meetlat voor creativiteit? Een Excel voor esthetiek?
“Als je criteria stelt die je niet kunt meten, dan voer je willekeur in, geen beleid.”
En dat is precies de zorg. Want als die twaalf voorwaarden niet concreet meetbaar zijn, wie bepaalt dan of een club “voldoende” scoort? Dan komt het dus neer op meningen. Op ambtelijke interpretaties. Op subjectieve beoordelingen van vrijwilligers die al jaren bouwen aan deze traditie.
“Artistieke kwaliteit beoordelen zonder norm? Dat is geen beleid, dat is smaakpolitiek.”
En dan diversiteit. Volgens de wethouder nodig om meer jongeren aan te trekken. Echt waar. Alsof jongeren afhaken als de bouwclub niet voldoende multicultureel, inclusief en evenwichtig is samengesteld. Alsof een 17-jarige met een kwast vraagt: “Hebben jullie hier wel een diversiteitsparagraaf?”
“Jongeren trek je niet met beleid, maar met plezier. En schuimrubber.”
Het hele kader lijkt niet geschreven om te faciliteren, maar om te reguleren. De Vastenavend als beleidsproduct. Bouwclubs als uitvoerders van gemeentelijke doelstellingen. Terwijl het juist andersom zou moeten zijn: de gemeente dient het erfgoed, niet andersom.
Wat ons betreft is het helder: als je immaterieel erfgoed wil behouden, moet je stoppen het te willen beheersen. Vrijheid, vertrouwen en ruimte, dáár leeft traditie.
Laat de bouwers bouwen.
Zonder scorekaarten.
Zonder ambtelijke smaaktoets.
Zonder de illusie dat cultuur te vangen is in een beleidsbijlage.
“Behoud van erfgoed begint niet bij regels, maar bij vertrouwen.”
